Convenant schone zuinige en agrosectoren 2008-2020

Doelstellingen:

  • Het tempo van energiebesparing de komende jaren verdubbelen van 1% nu naar 2% per jaar
  • Het aandeel duurzame energie in 2020 verhogen van ongeveer 2% nu naar 20% van het totale energiegebruik. 
  • De uitstoot van broeikasgassen, met name CO2, in 2020 met 30% verminderen vergeleken met 1990.
  • Per afzonderlijke agro-sector zijn de doelstellingen vertaald in besparingen van energie en duurzame energie, overige broeikasgassen etc. 
  • Reductie met 4-6 Mton CO2 equivalenten/jaar in 2020 t.o.v. 1990 
  • Gebruik 200 PJ duurzame energie uit biomassa
  • Gebruik 12 PJ duurzame energie uit windenergie

Specifieke doelstellingen:

  • Agrologistiek:

o Doelstelling is zoeken naar intelligente logistieke oplossingen en creëren van duurzame ketens volgens de principes "clusteren, verbinden en regisseren". Besparing stimuleren van naar schatting veertien miljoen wegkilometers tot en met 2010. Dit staat gelijk aan een vermeden CO2 -uitstoot van 12.000 ton.

o Het duurzaamheidslabel wordt voor en door het bedrijfsleven, waaronder bedrijven uit de agribusiness, in Nederland ontwikkeld. Via het Innovatieprogramma Duurzame Logistiek en het Platform Agrologistiek wordt hierin gefaciliteerd.

  • Agro-industrie

o Deelnemers in de MJA-3 spannen zich binnen het convenant MJA-3 in om gemiddeld voor de gezamenlijke ondernemingen voor hun betrokken inrichtingen 30 procent energie-efficiëntieverbetering te bereiken in de periode 2005-2020. NB: Door rekening te houden met de in het kader van de reeds gerealiseerde energie-efficiëntieverbetering in de periode 1998-2005 van gemiddeld 15 procent, komt de besparing neer op 45 procent in de periode 1998-2020.

  • Voedings- en Genotsmiddelenindustrie

o De Voedings- en Genotsmiddelenindustrie (hierna VGI) beschikt over een groot aantal bijproducten en reststromen, waarvan een deel in beginsel kan worden ingezet voor de opwekking van duurzame energie. PA, FNLI en Nevedi zetten zich in om in 2020 door de inzet van de stromen zoals beschreven onder lid één, twee en drie zoveel mogelijk duurzame energie te produceren. Het potentieel daarvan is op basis van een eerste wetenschappelijke verkenning ingeschat op 75 tot 125 PJ.

  • Glastuinbouw

o In het werkprogramma Schoon en Zuinig is opgenomen dat de groei van het aantal hectares (semi) gesloten kas in 2011 zal leiden tot een aandeel van 7 % (700 ha) en in 2020 tot circa 25 % van het totale areaal (ca. 10.000 ha.) en dat de ambitie is om met de maatregelen en instrumenten in 2020 circa 45 % uitstoot broeikasgasemissies t.o.v. 1990 te hebben gereduceerd. De glastuinbouwsector realiseert in 2020 een totale emissiereductie (inclusief de inzet van WKK) van minimaal 3.3 Mton CO2 -emissiereductie per jaar ten opzichte van 1990. Hiervan wordt door de inzet van WKK zo'n 2.3 Mton door de glastuinbouw op nationaal niveau gerealiseerd en circa 1 Mton gerelateerd aan de teelt.

o De ambitie is een totale emissiereductie (inclusief de inzet van WKK) van minimaal 4.3. Mton CO2-emissiereductie per jaar in 2020 ten opzichte van 1990. Hiervan wordt door inzet van WKK zo'n 2.3 Mton door de glastuinbouw op nationaal niveau gerealiseerd. De andere 2 Mton wordt binnen de sector zelf gerealiseerd.

o De glastuinbouwsector streeft naar gemiddeld 2% energie-efficiëntieverbetering per jaar tot aan 2020.

o De glastuinbouwsector streeft naar een aandeel duurzame energie van 4% in 2010 en een aandeel duurzame energie van 20% in 2020. Dit kan afhankelijk van de ontwikkeling van het energiegebruik neerkomen op ca. 5 PJ in 2010 en ca. 25 PJ in 2020 uitgaande van het energiegebruik in 2006.

o De glastuinbouwsector streeft naar 700 hectare semi-gesloten kassen in 2011 (circa 7% van het totale areaal).

  • Akkerbouw, tuinbouw open teelt en veehouderij (hierna ATV)

o In het werkprogramma Schoon en Zuinig is de verwachting uitgesproken dat veehouderij en akkerbouw in 2020 40 PJ duurzame energie zullen produceren en dat de landbouwsector een bijdrage zal leveren aan vergroting van het aandeel windenergie op land. De emissie veroorzaakt door direct energiegebruik (gas, olie en elektra) in de ATV-sector is door sectorale ontwikkelingen en energie-efficiëntieverbetering in 2020 verminderd met circa 60% t.o.v. 1990.

o De ATV-sector streeft naar de productie van duurzame energie van 63 PJ in 2020 (gelijk aan een vermeden CO2-uitstoot van 3.0 Mton/jaar).

o De emissie van overige broeikasgassen uit de ATV-sector is door sectorale ontwikkelingen, gerichte reductiemaatregelen en gedeeltelijke omzetting van mest in duurzame energie in 2020 verminderd met circa 25 tot 30% ten opzichte van 1990, gelijk aan een vermeden uitstoot van 4.0 a 6.0 Mton/jaar. De ATV-sector kiest verder als inzet om in 2020 binnen de EU de laagste uitstoot overige broeikasgassen per liter melk te realiseren. De ATV-sector streeft naar een verdere reductie van het gebruik van fossiele energie van gemiddeld 2% per jaar tot aan 2020 in alle landbouwsectoren door toepassing van energiebesparingsmaatregelen zoals zuinigere apparatuur, een zuiniger machinepark, isolatie, efficiëntieverhoging en inzet van duurzame energie.

o Uiterlijk in 2010 zijn er in alle plantaardige en dierlijke sectoren meerjarenafspraken om jaarlijks ten minste 2% energiebesparingen (energie per eenheid product) te realiseren. De ATV-sector streeft naar de opwekking van 1.500 miljoen m3 (aardgas eq.) biogas (uit ca. 400 installaties). Deze duurzame energie wordt opgewekt via (co)vergisting van mest met vergistbare biomassastromen, mits hiervan is vast komen te staan dat er geen landbouw- en milieukundige bezwaren tegen bestaan. Met het biogas kan duurzame elektriciteit en duurzame warmte geproduceerd worden en het biogas kan worden ingezet als transportbrandstof. Door de inzet van biogas ontstaat een mogelijke productie van duurzame energie van circa 48 PJ per jaar in 2020.

o De ATV-sector streeft naar een verdubbeling in 2020 van het aantal windturbines op grond binnen hun sector en houdt hierbij rekening met beleid ten aanzien van landschappelijke inpassing van windturbines, zoals dat uit de landelijke visie voor windenergie zal volgen. Daarnaast streeft de sector naar vervanging van de helft van de bestaande windturbines door turbines met een hogere productie. De totale productie aan windenergie met nieuwe en vervangen windturbines komt op basis van deze ambities in 2020 uit op circa 3.5 miljard kWh per jaar, gelijk aan circa 12 PJ per jaar.

o Door verbranding van 2/3 van de nationale hoeveelheid pluimveemest ontstaat een duurzame energieproductie van circa 2 PJ in 2020.

o De energie-intensieve veehouderij (pluimvee, varkens en kalveren) streeft in 2020 op 20% van de bedrijven naar volledige overschakeling op gebruik duurzame elektra zoals biomassa, zonneboilers voor warmte en/of kleine windmolens en zonnepanelen voor eigen elektragebruik. Aldus ontstaat een productie aan duurzame energie voor eigen gebruik van circa 1 PJ per jaar in 2020.

o De melkveehouderijsector streeft naar reductie van tenminste 5% methaanemissie per melkkoe in 2020 t.o.v. 2007 door inzet op rantsoenoptimalisatie die rekening houdt met de emissie van methaan en door gebruik specifieke voederadditieven.

o De pluimveesector streeft naar verbranding van 2/3 van de pluimveemest met als gevolg een reductie van methaanemissie uit opslag. De ATV-sector (voor zover grondgebonden veehouderij) streeft in 2020 naar een vervanging van 50% van de kunstmest door meststoffen met 50% lagere emissie bij productie en aanwending.

Thema's waarop de afspraak van toepassing is:

Emissies naar de lucht
Energie